HLN publiceerde recent 2 opinies over de problematiek van het hoge aantal langdurig zieken in ons land.
John Crombez (vroeger voorzitter sp.a, nu onderzoeker aan UZ Gent) ziet 2 momenten waarop het aantal langdurig zieken plots een stijging kende: 2x na maatregelen van de toenmalige regeringen om de toegang tot het (brug)pensioen te bemoeilijken. Hij stelt vast dat het regeringsbeleid van de laatste decennia als doel had om de kosten van de sociale zekerheid “niet te laten ontsporen”, maar dat de kosten verbonden aan de stijging van het aantal langdurig zieken al deze inspanningen tenietdoen. De cijfers die Crombez levert tonen aan hoe budgettair inefficiënt de maatregelen van de voorbije regeringen zijn, maar ze tonen niet aan welk menselijk leed erachter schuilgaat.
Lode Godderis (Professor arbeidsgeneeskunde KULeuven) focust in zijn opinie op een specifieke en groeiende groep binnen de langdurig zieken: de jonge vrouwen. Dat vrouwen meer dan mannen de zorg voor ouders en kinderen op zich nemen en vaker tewerkgesteld zijn in contact- of zorgberoepen is een belangrijke factor, maar dat is al langer een realiteit en verklaart niet de stijging van depressies en burn-outs van de laatste jaren. Godderis heeft het onder andere over de werkdruk die toeneemt. Hij stelt terecht dat de personeelstekorten het grootst zijn in de sectoren waarin veel vrouwen werken, zoals de zorg en het onderwijs. Dat die personeelstekorten ook rechtstreeks en onrechtstreeks een gevolg zijn van beleidsbeslissingen komt niet aan bod. Nochtans zijn de besparingen binnen het onderwijs en de zorg evenzeer politieke keuzes geweest die de voorbije regeringen hebben gemaakt. Geld dat wel gevonden werd voor pakweg militaire uitgaven of gunstmaatregelen voor banken en multinationals werd niet of veel minder gevonden voor broodnodige investeringen in zorg en onderwijs. Opnieuw een statistiek. Opnieuw blijven de menselijke tragedies die hiervan het gevolg zijn onderbelicht.
Als huisarts worden we bij geneeskunde voor het volk dagelijks geconfronteerd met de mensen achter de statistieken. We zien naast mensen die langdurig ziek zijn ook veel mensen die dreigen te kraken onder de toenemende werkdruk en de maatschappelijke en financiële gevolgen van (langdurige) ziekte:
- Rebecca, een jonge verpleegster werkzaam in de bejaardenzorg, kreeg af te rekenen met een crisissituatie in haar gezin. De impact was zo groot dat ze bij haar huisarts een ziektebriefje vroeg voor één dag. Ze gaf aan al een tijdje gespannen te lopen, kortaf te reageren tegen bewoners van het rusthuis. De huisarts was van mening dat één dag werkonderbreking onvoldoende zou zijn, dat ze beter langer zou ontkoppelen. Ze had schrik van de reactie van haar overste. Hierop belde de huisarts zelf met de directie omdat hij ongerust was voor het welzijn van Rebecca en voor de impact op de zorg. In plaats van begrip kreeg hij echter te horen dat ze dit niet aanvaarden, dat ze op haar rekenen. “Wij moeten het uurrooster invullen en zij laat ons in de steek! Zo is er geen vertrouwen meer. Wij denken aan het welzijn van de collega’s.” Met dergelijk personeelsbeleid jaagt men hele ploegen richting burn-out. Blijkbaar waren er in het betreffende rusthuis de laatste jaren reeds verschillende collega’s gestopt en anderen zoeken elders werk. Maar overal zijn er tekorten in de zorg. Het is een crisis waarvoor het personeel vaak opdraait. Verpleging is mensenwerk en ook al is men op, men wil de collega’s en bejaarde bewoners niet in de steek laten. Men doet verder ook al is de eigen draagkracht overschreden. Dat blijf je natuurlijk niet ongestraft doen.
- Katrien, een veertiger die werkt in een callcenter, heeft enkele jaren geleden beslist om deeltijds te werken om meer levenskwaliteit te hebben en mee te kunnen helpen bij haar ouders. Niet eenvoudig als alleenstaande met een huishuur van meer dan 800 euro, maar het lukte tot voor kort om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar ze merkte hoe haar job jaar na jaar zwaarder werd: ze kon hoe langer hoe minder zelf beslissen wanneer ze moest werken en wanneer niet, zodat ze haar sociaal leven toch weer zag wegkwijnen. De werkdruk nam toe, het callcenter nam steeds meer en diversere klanten aan waardoor ze zich op terreinen moest begeven waar ze niet voor opgeleid was, de sfeer in het team kwam meer en meer onder druk, en op een bepaald moment kreeg ze te kampen met depressieklachten. Het werk dat ze deed, en dat haar net genoeg opleverde om te overleven, eiste zoveel van haar dat ze nauwelijks energie overhield voor zichzelf. Omwille van toenemende zwarte gedachten schreef haar huisarts haar rust voor. 2 x 2 weken. Langer was voor haar uitgesloten omdat ze dan zou terugvallen op amper 60% van haar deeltijds loon, wat ook nog eens langer op zich zou laten wachten, en dan zou ze niet meer in staat zijn haar huur te blijven betalen. Na die 4 weken is ze terug aan het werk gegaan, zonder dat er structureel iets veranderd is aan haar situatie. Haar zoektocht naar ander werk verloopt moeizaam. Haar grootste angst is om opnieuw uit te vallen, deze keer langdurig.
Als John Crombez spreekt over de nutteloosheid van de besparingen in de sociale zekerheid door de toename van de kost van de langdurig zieken, dan bekijkt hij de situatie vanuit een uitsluitend financieel oogpunt. Dat elke euro die wordt uitgespaard op (brug)pensioen nu gaat naar een ziekte-uitkering is geen nuloperatie. Het is een 100% achteruitgang voor de maatschappij en de werkende mensen. Dit moet de huidige beleidsvoerders doen inzien dat niet de zieken moeten worden aangepakt door sancties of dwangmaatregelen die hen enkel dieper in de miserie duwen, maar dat de ziekmakende werkomstandigheden moeten aangepakt worden. De mogelijkheden tot aangepast werk, landingsbanen en (vervroegd) pensioen zijn noodzakelijk om mensen een uitweg te bieden uit langdurige ziekte.



